Cartagena is een grote stad met ongeveer een miljoen inwoners. Een groot deel van de bevolking
woont in de uitgestrekte buitenwijken onder armoedige omstandigheden. Hier zijn ook de inheemse
vluchtelingen neergestreken.
De kinderen worden naar het oude centrum gestuurd om geld te verdienen. Ze verkopen bijvoorbeeld
snoep, sigaretten, koffie of souvenirs. Andere kinderen belanden in de prostitutie om te kunnen
overleven. Door geldgebrek kunnen veel kinderen ondanks de schoolplicht niet naar school. Hun huis
is vaak niet meer dan een krot, opgebouwd uit plastic en hout en met matrassen op de grond. De
slaapruimte moeten de kinderen delen met de rest van de familie.
In Cartagena zijn enkele lokale organisaties die zich bezighouden met de opvang van deze kinderen.
In andere steden zie je meer voorzieningen voor de kinderen. Zo heb je bijvoorbeeld in Medellin een
team van sociale werkers die zich om de straatkinderen bekommeren. In Cartagena betreft het
voornamelijk dagopvang en de kinderen die hier begeleid worden variëren van 12 tot 16 jaar. Voor
de jongere kinderen (tot ca. 10 jaar) is er weinig geregeld en juist op deze groep wil ‘La Vecina’
zich richten.








